| Mali |
|
|
14 december 2009 Aangekomen bij de grens van Mali een invoerbewijs voor de auto gehaald, we waren gewaarschuwd dat ze hier erg veel geld voor zouden vragen en de kans groot is dat je wordt afgezet. Nou niet bij ons dus. Hier ook onze visum opgehaald, hoewel nog even onduidelijk is of deze de hele maand geldig is of dat we dit nog in Bamako moeten bekrachtigen. We zullen zien. We hadden besloten tot Diema te gaan rijden en zo de volgende dag door te gaan naar Bamako, maar dit is toch even anders gelopen:-)) Na een dag mooi asfalt rijden, en een mooie omgeving komen we tegen 6 uur aan in Diema, we hadden hier geen camping waypoint dus dachten we laten we een Auberge gaan zoeken. Nu is Diema niet zo heel groot en we kwamen 1 bordje tegen met Hotel. Na wat rondrijden en vragen konden we het nog steeds niet vinden. Wel zagen we aan de andere kant van de weg een drietal kleine witte huisjes, we dachten hier gaan we maar eens kijken. Aangekomen worden we onthaald door Pam, een Engelse vrouw die hier woont en een kleine accommodatie heeft opgezet. Zelf slaapt ze in een kleine partytent met muskietennet. Er is een echte bush toilet en douche (toilet ,gat in de grond met een rieten omheining en de douche is een emmer met water.) Pam woont inmiddels 10 jaar in Mali in Diema. Pam doet hier in Diema allerlei kleinschalige projectjen en steekt al haar geld in het helpen van de arme mensen om haar heen. We mochten gebruik maken van een huisje, maar als we in de auto wilden slapen was ook prima. We hebben een plekje gezocht voor Maatje en slapen lekker in ons eigen huisje. Pam verteld veel over haarzelf en wat er allemaal gebeurt in Diema en nodigt ons uit om met haar te gaan kijken bij een school en een ziekenhuis dit gaan we morgen doen. Dus niet door naar Bamako:-))
15, 16 en 17 december 2009 De school die we gaan bekijken blijkt een vervallen gebouw waar wel 500 leerlingen op te zitten. Pam vertelde ons al over hoe weinig geld er is en hoe arm de bevolking is. Klassen zo vol dat je je afvraagt hoe kan men hier leren?. We hadden uit Nederland nog een hele tas vol pennen en hebben maar besloten ze hier te gaan uitdelen. Het is examentijd dus de pennen komen van pas. Aangekomen op het schoolplein werden we begroet door het schoolhoofd, die ons vertelde dat we de pennen wel mochten uitdelen op het schoolplein. Maar bij het openen van de tas en het zien van de eerste pen, werden we zo'n beetje onder de voeten gelopen door de leerlingen. Dit zou kompleet uit de hand gaan lopen, dus zijn we gestopt met uitdelen (er was zelfs een kleine meid die de pen kwam terugbrengen). Met het hoofd van de school hebben we afgesproken dat we morgen om 8 uur terug komen als iedereen in de klas zit en we de pennen rustig klas voor klas kunnen uitdelen. De dag verder besteed aan het doen van wat boodschappen, wasje doen en lezen. Er komen regelmatig lokale mensen langs om een praatje te maken. We worden uitgenodigd om bij een bedoeïen gezin langs te komen die momenteel in de buurt verblijft. We nemen een tas met kleren mee en gaan naar ze op zoek. Na een tijdje door steppen en afgelegen gebieden rijden, komen we aan bij de familie. Dit was weer een leuke ervaring. De familie is erg gastvrij en nodigt ons uit voor een lokaal melk-achtig drankje en we mogen van alles en iedereen foto's maken (zelfs de borstvoeding van een baby: zie foto onder rechts). . Een digitale camera is dan heel leuk: ze vinden het heel lachwekkend zichzelf terug te zien op een schermpje.
Aan het eind van de dag neemt Pam ons mee naar een traditioneel dorp 28 kilometer verder. Dit dorpje heeft van Pam een computer en een zonnekoker gekregen (parabolische bol die de zonnestralen naar het midden geleid waar in het midden een pan kan worden geplaatst. Je kan er zelfs taart mee bakken!). We nemen brood mee om uit te delen aan de kinderen. We worden weer hartelijk ontvangen en er worden stoelen voor ons neergezet. Als een soort van ere gasten zitten we op een rijtje, als alle kinderen tegelijk komen om een stuk van de broden te ontvangen en natuurlijk te kijken naar de vreemde gasten. Als de kinderen iets te nieuwsgierig dichtbij ons komen, worden zij door de mannen in het dorp hardhandig tot de orde geroepen (stok en slaan). Waarbij wij aangeven dat het okay is en dat ze rustig alles mogen zien. Wel houden de mannen alles goed in de gaten als er een kind te brutaal wordt, wordt deze weer hard terecht gewezen. Zodra de camera tevoorschijn komt, zijn de kinderen niet meer te houden en verdringen zich om op de groepsfoto te komen. Maar ook de volwassen mannen weten hoe ze moeten poseren voor een foto :-)
Na een kort beleefdheidsgesprekje met het dorpshoofd, laat de zoon ons zien hoe ze elektriciteit maken. Een paar zonnepanelen op het dak zijn aangesloten op een gigantische accu. Hierdoor hebben ze elke dag stroom voor een paar lampjes op het kleine dorpspleintje en natuurlijk om hun mobiele telefoon op te laden want iedereen in Afrika heeft een mobiel geld of niet. Terug naar buiten worden er door een paar jongens de trommels gepakt en klinkt er vrolijk getrommel. De vrouwen uit het dorp komen erbij staan en ja hoor, het dansen begint. (filmpje volgt nog). Het is prachtig te zien hoe de vrouwen om de beurt gaan dansen. Dit doen ze steeds met z'n tweeën en wisselen door het geven van een doek aan de volgende. Na een poosje was ook Marga aan de beurt en natuurlijk doet zij haar slippers uit en gaat dansen. De vrouwen zijn onder de indruk van de soepelheid van haar heupen. (sorry geen foto van:-))
Zoals beloofd zijn we de volgende ochtend naar de school teruggegaan en per klas hebben we de pennen uitgedeeld. De chaos van de dag ervoor was weg. In elke klas kwam het schoolhoofd ons voorstellen, waar we vandaan komen en dat wij een klein cadeautje voor hen hadden mee gebracht, waarop wij in volkomen stilte de pennen tafeltje voor tafeltje konden uitdelen. Als laatste waren de kleinsten van de school aan de beurt. Met veel gezwaai werden we onthaald. Sommige lokalen hadden wel 50 kinderen. Ongelooflijk.
Het plaatselijke ziekenhuis hebben we ook bezocht. We kunnen je vertellen dat dat geen pretje was: wat een bende!! En hier liggen zieke mensen!!!. Bedden die stuk zijn, matrassen vol vlekken, geen muskietennetten, geen airco, zand overal waar je kijkt, waterkranen met sloten. De hygiëne is ver te zoeken. We worden er gedeprimeerd en ziek van. De volgende dag gaan we weer op bezoek bij het ziekenhuis, maar dit keer op ziekenbezoek. Een oud vrouwtje een vriendin van Pam (waarschijnlijk een jaar of negentig; niemand die het weet) is ziek geworden en heeft medische hulp nodig. Maar voordat ze die hulp krijgt moet er eerst betaald worden (7 euro 50: een vermogen voor de lokale bevolking). Dan volgt een minimaal onderzoekje, voornamelijk bloed onderzoek. Met een onduidelijke diagnose en niemand die wil uitleggen wat er precies aan de hand is, wordt wederom 15 euro gevraagd om haar een infuus te geven met vocht en zout en één of ander vaag geneesmiddel. Tevens wordt ook een vergoeding gevraagd voor het infuus, de naalden en de handschoenen die de verpleegsters dragen (eerst betalen en daarna wordt alles pas toegediend). En dat terwijl allerlei organisaties gratis medicatie en hulpmiddelen aan het ziekenhuis hebben gedoneerd!! Triest om dit mee te maken. Maar zet je ook weer met twee benen op de grond omdat je dan pas goed beseft hoe goed wij het hebben in Europa. In gesprek hierover met Pam, wordt duidelijk dat een miljonair uit europa bereid is geld te doneren en te ondersteunen bij het bouwen van een nieuw ziekenhuis. We stellen allerlei vragen over de bouw, en vooral hoe de voortgang en hygiëne kan worden gewaarborgd. En voor dat we het weten, zitten we bij het hulpje van de burgemeester, die aandachtig luistert naar onze vragen en mogelijke oplossingen (voorbeeld gezien bij MRC in Gambia). En voor dat we het wisten, werden we tot project adviseurs van het nieuwe ziekenhuis benoemd. Dit ging ons toch iets te ver, maar er was bij ons zeker een snaar geraakt. We namen dan uiteindelijk ook afscheid met de belofte een soort van project voorstel te schrijven voor Pam en haar gesprek met de miljonair uit Europa om er voor te zorgen dat niet een eenmalig gebouw wordt geplaatst, maar een plek voor de armsten, met een blijvend karakter (zowel medisch als hygiënisch).
18 december t/m 31 december 2009 Het wordt tijd om te gaan naar Bamako, hier moeten we onze visum voor Mali nog bekrachtigen en we willen verder. De rit naar Bamako is ongeveer 350 kilometer dus niet zo ver, dat vinden we helemaal niet erg hebben we fijn nog de hele dag. Onderweg vlak voor Bamako ziet Mark dat er wat mis is aan de auto, ik zucht even heel hard: niet weer!! We kijken onder de motorkap en ja hoor alles onder de olie! Wat nu? We besluiten langzaam door te rijden naar Bamako, het was immers nog maar 28 kilometer. Aangekomen in Bamako hebben we het eerste de beste campsite opgezocht bij een hotel waar je ook kan kamperen. We stonden aan de Niger rivier met mooi uitzicht. De volgende ochtend is Mark onder de auto gekropen en hij verwachte dat er iets los zou zitten en dat het probleem zo opgelost zou zijn. Helaas, Mark kon niets vinden. We hebben toen maar besloten om naar camping Le Cactus te rijden omdat we wisten dat daar mensen zitten die Engels spreken en dat die ons wel konden helpen met het vinden van een goede garage. Want uitleggen in het Frans blijft lastig. Dus spullen opgepakt en gaan. Aangekomen bij Le Cactus (wat overigens een heerlijke plek aan de Niger rivier is. Leuk aangekleed met zitjes en een bar en restaurant. Het wordt al 30 jaar gerund door Joan en Andre (inmiddels al aardig op leeftijd), meteen verteld wat er aan de hand is en Andre begint gelijk te bellen op zoek naar een goede monteur. De eerste was niet open dus toen de 2e maar gebeld. Nu kunnen we het hele verhaal opnieuw gaan vertellen (lijkt op het verhaal in Gambia koppeling stuk) maar we houden het nu maar kort. Monteur nr 1 zou het maken. Nou niet dus. Was hij eindelijk klaar (vervangen cilinderkop pakking), breekt hij een bout van de cilinderkop. De maat was vol en Andre belt een fransman die ook al jaren in Mali woont met een groot bedrijf. De auto wordt afgesleept en gemaakt. Dit betekend wel dat we de auto even kwijt zijn, maar we mogen in een huisje bij Le Cactus voor hetzelfde geld als we zouden kamperen. De kerst hebben we dus hier gevierd. D.w.z. er is een kerstboom en een heerlijk kerstdiner, maar het is vreemd kerst vieren met meer dan 30 graden. Op maandag 29 december halen we de auto weer op. Alles is weer prima in orde en Maatje voelt vertrouwd (5 bouten moesten vervangen worden doordat monteur nr 1 ze te hard had aangedraaid! als ook de cilinderkop pakking). Maar door de problemen met Maatje en de feestdagen kerst en oud en nieuw, is het ons nog niet gelukt alle Visa voor de volgende landen te regelen (Burkina is dicht en Ghana heeft geen visa-stempels meer!?). Dus oud en nieuw gaan we hier nog vieren met Duitsers, Zuid-Afrikanen en Canadezen. We blijven hier waarschijnlijk tot 2 of 3 januari om vervolgens de reis voort te zetten.
We wensen iedereen een goed en gezond 2010 toe.
1 januari t/m 8 januari 2010 We zijn nog steeds in Le Cactus, ook hier ligt bijna alles stil rond de feestdagen. D.w.z. de ambassade die we nodig hebben voor onze visa van Burkina Faso. We blijven op de camping vandaag. Er is een heerlijk nieuwjaars brunch in de middag met weer allerlei heerlijke dingen. Maandag wilde we naar de ambassade, maar dit werd uiteindelijk dinsdag. Het ging allemaal erg gemakkelijk 3 formulieren per persoon (allemaal hetzelfde) 3 pasfoto's, ingeleverd om 11 uur en om 2 uur lag alles weer klaar. Zo dat was een makkie. Terug op de camping kijken we de auto na omdat we woensdag verder willen rijden. Na controle van de koelvloeistof bleek er wel heel wat raars aan de hand te zijn: het was geen groene vloeistof wat erin zat maar een geelachtige dikke substantie. Nou dat kan niet goed zijn. En er zat ook weer bijna geen olie daar waar het moet zitten. Na elkaar aangekeken te hebben en een hele diepe zucht "wat nu weer" zijn we gaan nadenken wat het zou kunnen zijn, inmiddels was de camping ook al volgelopen met andere overlanders (1 ook met pech, een nieuwe Landrover) en gezamenlijk wordt er nagedacht wat het zou kunnen zijn. We komen er niet echt uit en besluiten om woensdagmorgen weg te gaan bij de camping en door te rijden naar de garage waar Maatje het laatst is gerepareerd, misschien dat alles niet goed is doorgespoeld ofzo???. Maar wat blijkt de radiateur is stuk! Ja hoor, dachten we alles wel gehad te hebben, maar goed er wordt gezocht naar een nieuwe radiateur. D.w.z een hele nieuwe zou erg duur worden (en er zit net een nieuwe in). Een 2e hands werd er gevonden, maar deze vonden wij en de garage niet goed genoeg. Er werd besloten onze radiateur na te kijken. Er bleek een leiding stuk te zijn. Deze is gerepareerd en klaar was het weer. Nou klinkt dat simpel maar we zijn wel in Afrika dit alles heeft 3 dagen gekost. Wij zijn in een hotel gegaan, gezien Maatje bij de garage stond. Een goed hotel: ruime kamer, bad, douche warm water!!! en gratis internet dat maakt weer een hoop goed zeggen we maar.:-). Het is nu 8 januari en net Maatje weer opgehaald uit de garage. Morgen gaan we naar een camping buiten Bamako om alles weer een beetje op zijn plek te zetten in de auto om vervolgens zondag door te rijden. Een van onze doelen was toch ook wel om naar het Dogon-gebied te rijden, dit gaan we nu niet doen gezien alle reparaties aan Maatje ons heel veel tijd heeft gekost willen we zo snel mogelijk naar Burkina Faso rijden, misschien dat we het Dogon-gebied op de terugreis gaan bezoeken. Trouwens wij laten ons de kop niet gek maken door een auto die niet helemaal meewerkt. We zijn nog steeds in Afrika waar het elke dag weer anders en genieten is:-)))
9 januari 2010 Na een avondje doorzaken in de bar (waren we aan toe:-) Vanmorgen vertokken vanuit het hotel, nog even bij de garage langs voor een laatste check en om 12 uur zijn we naar camping Kaira-So (even bioten Bamako) gereden op weg naar Segou. Kort ritje naar een prima camping. Onderweg hebben we boodschappen gedaan bij een echte supermarkt (wat een luxe). Tegen de avond heerlijk weer zelf gekookt (gebakken aardappelen met uitje, boontjes en een lekker stuk vlees). Als toetje worden we uitgenodigd door de camping eigenaren voor en gebakje ter ere van een verjaardag van één van de kids wijntje erbij en even snel het internet op. Tot slot mogen we voor een nacht, zonder extra te hoeven betalen, slapen in één van de huisjes op de camping. Een schitterend huisje met warme(!) douche. Hij regelt nog een muskietennet voor over het bed en we slapen als koningen.
10 januari 2010 We maken ons op voor een ritje van 200 km naar Segou. De laatste inspectie aan de auto brengt echter geen goed nieuws. Er drijft olie op de koevloeistof. In dit soort gevallen hebben wij maar 1 motto: bij twijfel, niet aarzelen! We besluiten de auto met een steen op het gaspedaal ruim een half uur te laten draaien om te zien of dit ook iets verandert. En inderdaad wordt de koelvloeistof weer dikker en verandert ie van kleur net als bij de vorige keren. De garage wordt gebeld (dat kan in Afrika gewoon op zondag) en 's avonds brengen we de auto weg, zodat ze maandagochtend direct kunnen beginnen. De campingbaas biedt het huisje voor de komende nachten aan (wederom zonder extra te hoeven betalen. Van dit soort vriendelijkheid en zorgzaamheid kunnen we in Europa nog wat leren. Om toch vervoer te hebben, besluiten we een auto te gaan huren (vergoed door de verzekering). Na een lange tocht met de taxi, hebben we Hertz (ook in Afrika) gevonden, maar deze blijkt dicht. De 'guardian' belt met de bedrijfsleider om te zien of er nog iets te regelen valt. In rap afrikaans/frans wordt het Mark duidelijk dat hij over 2 uur terug komt en dat we dan een auto kunnen huren. We roken buiten nog een sigaretje en overleggen wat we die 2 uur gaan doe. De 'guardian' komt met stoelen aanzetten, omdat hij denkt dat we op de stoep blijven wachten. We danken hem vriendelijk, maar gaan toch op zoek naar een restaurantje om later terug te komen. Een eindje verderop vinden we een heel klein en gezellig restaurantje met prima eten (helaas was er alleen vandaag geen steak en geen kip en geen ...). We bestellen het enige dat de kok nog heeft en eten lekker. Dan wordt het tijd om af te rekenen en terug te gaan naar Hertz om de auto te regelen. We staan weer wat op de stoep te hangen, kopen nog een opwaardering voor ons prepaid telefoon en wachten geduldig af. Mark besluit na een tijdje toch nog maar eens te vragen waar de man blijft en of ie alvast een prijslijst mag bekijken. Een vriend van de 'guardian' vraagt waarom nu? Mark geeft als antwoord dat hij met de bedrijfsleider heeft gesproken en dat hij er zo aankomt. De man is hoogst verbaasd en vraagt Mark of hij het nummer nog heeft. Mark geeft de man zijn telefoon en deze belt de bedrijfsleider. Helaas, het afrikan/frans komt toch niet overeen met Mark z'n frans en het blijkt dat de man morgenochtend om 8 uur pas komt. Waarom de guardian dan stoelen wilde neerzetten? Dacht hij dat we tot morgenochtend zouden wachten? Met de taxi gaan we vervolgens terug naar de camping. Taxi chauffeurs zijn een verhaal apart: ze nemen je vooral mee, ook al weten ze niet waar we moeten zijn. Onderweg wordt gewoon gestopt en de weg gevraagd aan een voorbijganger. Als die het niet weet gaat die vervolgens weer naar andere mensen op straat om te vragen of zij het misschien weten. Het vervelende wil alleen dat in Mali ze te vriendelijk zijn om te zeggen dat ze het niet weten. Er wordt dus altijd iets gezegd als: "ja, het is ongeveer daar", ondersteunt met zo'n mooi algemeen handgebaar in één of andere richting. Kortom, je komt er wel, maar het duurt alleen even. Mark is trouwens ook een goede gids in Bamako geworden. Vraag waar je moet zijn en hij legt het iedereen uit, inclusief plattegrond en andere bruikbare tips. Zelfs de taxichauffeurs wijst hij nu de weg door Bamako :-)
11 januari 2010 Na heerlijk te hebben uitgeslapen en wat rondhangen bij het huisje, lopen we naar de hoofdstraat voor wat fruit, water en andere noodzakelijkheden. Terug op de camping krijgen we bericht dat Maatje klaar is. Ze hebben geen halve maatregelen genomen dit keer: alles is uit elkaar geweest en nagekeken, schoongemaakt en doorgespoeld. Daarna hebben ze Maatje anderhalf uur laten draaien en weer nagekeken. Alles is prima nu. We springen in de taxi en halen Maatje op. Tevreden en met een goed gevoel rijden we weer terug naar de camping. Rijden door Bamako is voor ons een groot feest (voor anderen een nachtmerrie). Chaos is het beste woord. Er rijden veel auto's, maar nog veel meer scootertjes die je links en rechts inhalen. Hier wordt trouwens alles vervoert op scootertjes. We hebben al radiators, accu's, tapijtrollen en complete ramen op/aan scootertjes voorbij zien komen. Stoplichten staan er af en toe, maar ook agenten die net iets anders zeggen dan de stoplichten aangeven. Wie nu te volgen? Verder wordt Bamako gesplitst door een rivier met slechts 2 bruggen, waarvan er één 's avonds alleen toegankelijk is voor verkeer uit de stad. Verder zijn er opstoppingen door auto's die het niet meer doen en geduwd worden (hebben wij ook moeten ondervinden :-(. Verder lopen er veel zgn. 'poussers'. Dit zijn jongens die met een handkar alles vervoeren wat je maar kan bedenken. Hele vrachtauto's worden op één plek geleegd en vervolgens door de 'poussers' verdeeld over de plekken waar het uiteindelijk moet zijn. Ook bankstellen duwen ze op hun karretjes! En dan lopen er af en toe ook nog gewoon kuddes koeien of geiten over de straat en op elk kruispunt staan verkopers hun waren te slijten: pedaal emmers, vlaggetjes, prepaid kaarten, t-shirts, kerstmutsen, wijnrekken, CD's, kinderspeelgoed, horloges, zonnebrillen. Kortom veel verkopers dus. De auto's in Bamako zijn trouwens best goed. Zelfs de nieuwste modellen rijden hier rond. Echte 'barrels' rijden hier niet rond en de taxi's zijn er het slechts aan toe. Tot slot zijn er nog de bushtaxi's oftewel de kleine busjes. Groen en altijd vol. Aan de zijkant hangt een jongen die schreeuwt waar de bus heengaat, of je mee wil, afrekent en met een klap tegen de zijkant aangeeft dat er gestopt moet worden. Wat
wel heel opvallend is, is de rust en hoffelijkheid in het verkeer: Steek
je hand op dat je wilt oversteken en er wordt gewoon gestopt. Kortom,
ogen overal en vingers aan de toeter en genieten door de chaos.
12 januari 2010 Weer een nieuwe dag met nieuwe kansen. Hoewel Maatje weer voor de deur staat, slapen we nog steeds in het huisje op de camping. Een normaal bed en een badkamer met douche begint zo onderhand wel een beetje te wennen :-). Vandaag moeten we onze 'passant vant' (doorvoer bewijs) voor de auto verlengen. De eigenaar van de camping neemt onze papieren mee en zal op zijn werk een bevriende politieagent bellen en vragen het voor ons te regelen. Hij belt zodra het klaar is. Wij blijven lekker op de camping en gaan verder met Maatje voor de reis van morgen: een paar tie-raps aan slangen onder de motor die bij het repareren doorgeknipt zijn, terug plaatsen van de gasfles en natuurlijk een extra controle op de koelvloeistof (de eigenaar van de garage heeft ons gisteravond nog gebeld of alles goed is gegaan op de terug reis! Doet ie goed.) En zoals het in Afrika gewoon is, komt de auto altijd met een ander gebrek uit de garage dan waarvoor je hem gebracht hebt. In dit geval de claxon die het niet meer doet en dat is toch echt wel een must op de Afrikaanse wegen. Die wordt door Mark dus ook gemaakt. Verder hebben we eens goed nagedacht over onze verdere reis. Door alle dingen die kapot zijn gegaan en de daarop volgende reparaties, zijn wij bijna 4 weken achter op schema. Wat willen we dus nog absoluut doen en wat laten we schieten? Onze Visa voor Mali duurt nog tot eind januari en als we de passant vant geregeld krijgen hebben we dus nog alle tijd voor de rest van Mali, waar nog hele interessante dingen te zien zijn. En Burkina willen we absoluut ook zien. Een zeer traditioneel Afrikaans land met een heel mooi park met voornamelijk olifanten waar je 's nachts ook kunt blijven slapen. Echt iets voor ons en dus een must voor deze reis. Rond de lunch hebben we besloten om Ghana, Togo en Benin te laten schieten (wat we toch wel jammer vinden, maar liever geen gehaast) en de rest van de tijd goed te besteden aan de rest van Mali, Burkina Faso en Senegal op de terugreis. Halverwege de middag hebben we echter nog steeds geen bericht over onze passant vant en dus gaan we maar eens bellen. Het blijkt dat er een probleem is en dat de passant vant nog niet geregeld is. Sterker nog, het kan niet in Bamako (ze zijn bang dat we de auto gaan verkopen en met het vliegtuig terug gaan. Echt waar!). Om de passant vant te verlengen moeten we naar de grens! Daar gaan onze plannen. We besluiten nog hier en daar verder te informeren, maar krijgen niemand te pakken die ons de juiste informatie kan geven. Wat nu? Met de kaart in de hand wordt de kortste weg naar de grens gezocht en alle plannen gaan weer op de schop. Met de nieuwe plannen nog vers op de camping tafel, komt de campingbaas terug met een lach op zijn gezicht. Wat blijkt: hij had de verlenging van de passant vant aangevraagd, zoals beloofd, en de bevriende politieman was aan zijn werk gegaan. Toen hij klaar was, kwam hij met een rekening va 200 euro!! De campingbaas schoot uit zijn slof en begon zijn vriend uit te leggen dat als het werk zoveel meer kost hij toch mocht verwachten dat hij hem daarover eerst zou informeren, voordat al het werk gedaan zou worden i.p.v. achteraf met de rekening komen. De bevriende agent reageerde nog met dat de regels nou eenmaal net veranderd zijn en nog wat bla, bla, maar de campingbaas wilde niets meer horen. Hij eiste de formulieren terug, maar de bevriende agent zei dat die al waren ingevuld voor de nieuwe aanvraag. De campingbaas kon dit niets schelen en pakte de formulieren. Wat dit voor ons betekent? Wij hebben een passant vant die nu verlengt is tot eind januari en dat betekent dat wij lekker in Mali kunnen blijven toeren zonder eerst naar de grenst te hoeven. Wat dit ons gekost heeft? Niets! De campingbaas weigerde te betalen en de datum stond al aangepast op het formulier. Wat dit voor de campingbaas betekent? Geen idee en hij zegt zelf: "dat zien we morgen wel weer, maar jullie gaan lekker verder." Morgen gaan we richting Segou en het plan is om daarna via Djenne, Mopti naar de Dogon vallei te rijden om pas daarna de grens met Burkina over te steken.
13 januari 2010 Al vaker gepland, maar vandaag dan toch echt zover: we gaan op weg naar Segou, iets meer dan 200 kilometer naar het oosten. Met een beetje goede moed, maar toch ook nog wel met samen geknepen billen rijden we in de ochtend weg. Na zolang niet meer in Maatje te hebben gereden, voelt en vooral hoort alles weer anders of als nieuw. "Was dit wel zo" en "hoort dit wel goed" zijn de belangrijkste gedachten tijdens de rit. De rit loopt verder prima. Een enkel tolhuisje (tolwegen kennen ze hier ook. De vraag is alleen waar het tolgeld (nog geen euro) heen gaat, want de wegen blijven uitkijken met potholes), verder is het landschap in het begin heuvelachtig met af en toe rotspartijen, we rijden door een aantal dorpjes en verder is het bosjes, droog en vlak. Echte verassingen zijn er alleen van geschaarde vrachtauto's die de hele weg blokkeren.
Segou is de 3e grootste stad van Mali, maar een verademing t.o.v. Bamako: de stad is eigenlijk alleen opgebouwd uit laagbouw en vooral ruim opgezet. Verder zijn er ook veel oud koloniale resten (huizen en standbeelden) te zien. We stoppen bij een klein supermarktje en stalletjes voor wat boodschappen en gaan op zoek naar een hotel waar je ook kunt kamperen. Van Gerrit en Jorina hadden we een waypoint gekregen en een beschrijving dat het direct aan de rivier de Niger zou liggen. Maar bij het waypoint aangekomen, stonden we zowat in een compound van één van de bewoners dus dat ging niet goed (hebben we al eerder met hun waypoint gehad). Dan maar zoeken naar bordjes en eventueel de weg vragen. Na een paar rondjes vonden we een bordje met richting en een vriendelijke man hielp ons met de laatste aanwijzing. De weg gaat via allerlei steegjes en straatjes met zand, vuil en karrensporen en komt uiteindelijk bij een prachtig en goed onderhouden hotel met een ruime parkeerplaats c.q. terras waar wij de auto mogen neerzetten. Vanuit de bar is er inderdaad direct uitzicht op de Niger, vol bedrijvigheid van bootjes, wassende, badende en plassende mensen (een jongetje staat in de rivier, heeft zich helemaal ingezeept, draait zich om, plast in de rivier, draait zich weer om en begint zicht af te spoelen! En dat doen ze allemaal en allemaal in die zelfde rivier!). Als we de auto hebben neergezet en de motor is afgekoeld, controleert Mark toch eerst de radiator, koelvloeistof en oliepeil. ALLES OK!!!! Maatje doet het weer als vertrouwd en met een goed (en toch ook wel een beetje) opgelucht gevoel, maken we plannen voor de rest van de trip. In de avond wordt het wat rumoeriger op het terras. De Africa Cup (zeg maar EK voetbal voor Afrika) is namelijk begonnen. Dit betekent dat je her en der op straat groepjes mensen rond een tv-tje ziet zitten: bij een benzine pomp, een barretje of een winkeltje (voor de ouderen onder ons: herinner je je de jaren 50!). En ja, Mali doet ook mee en buurland Burkina ook. En het hotel heeft ook stroom en tv, dus komen ze ook hier, en ook de vrienden van het personeel en vrienden van vrienden, enz. Pas laat in de avond werd het weer rustig en konden we lekker slapen.
14 januari 2010 Vandaag hebben we uitgeslapen (8 uur!), simpel ontbeten en zijn we de stad in geweest. Eerst te voet naar de hoofdstraat, door al die straatjes en steegjes. Voor de kleine kinderen blijven we een bezienswaardigheid en bij elke hoek hoor je weer "Toebab", onherroepelijk gevolgd door zwaaien of naar je toe lopen en een handje geven. Meer niet. Op de hoofdstraat willen we een taxi pakken, maar plots stopt er een soort Tuk-Tuk en een jongetje vraagt of we naar het centrum willen.
We stappen achterin en komen aan de praat met een Malinees die er al zat en die werkt in een atelier waar hij djembe's en kora's maakt. Hij nodigt ons uit om een kijkje te komen nemen en we gaan mee. We komen aan bij een heel klein ateliertje. We schudden handen en begroeten de eigenaar en nog 5 mensen (medewerkers?) en krijgen uitleg over het het maken van kora's en de verschillen. Dan blijkt de eigenaar ook kleding te maken. Marga wordt een leuke rok met bijbehorend topje getoond, die haar zeer bevalt. Op het kantoor kan zij zich omkleden en als de deur open gaat, verschijnt een blanke Malinese schoonheid! Het staat haar erg goed en iedereen roept dat het mooi is (voor de verkoop natuurlijk :-). Alleen de eigenaar reageert anders: hij is werkelijk onder de indruk en roept alleen maar: "ik wil een foto!".
Mark maakt een foto en ook van het email adres op de buitenmuur en belooft de eigenaar de foto toe te sturen. Marga vind ondertussen de rok erg leuk, maar het topje zit een beetje te strak. Het topje wordt nader bekeken en al gauw komt de oplossing dat het nog wel wat groter gemaakt kon worden (een andere was er niet, want van alles is maar 1 stuk). Nog voor we het wisten, werd één van de mannetjes met het topje weggestuurd en mochten wij op twee gebrachte stoelen wachten. Nog geen 10 minuten later, was het topje weer terug, met twee stukjes ingezette stof. Marga weer op kantoor passen en het zat als gegoten. En dus gekocht! Maar voor dat we weggaan was er intussen ook nog een fotograaf geregeld die van ons en iedereen tegelijk foto's moest maken! Inmiddels hadden we wel wat honger en de eerste man bracht ons naar een leuk restaurantje waar we wat aten en dronken. Daarna namen we afscheid van de man en liepen verder over de verschillende marktjes en langs de oever van de rivier. In de middag weer wat gedronken bij een barretje aan de rivier een een paar leuke foto's gemaakt van bootjes op het water. Al met al een geslaagde dag.
Terug bij ons Maatje waren we foto's aan het bekijken toen we ontdekten dat er een onbeveiligd netwerk was. Dus hier de update. Morgen gaan we richting Djenné of Mopti.
15 januari 2010 Op ons gemakkie op weg naar Djenné. Een kort ritje met een afwisselend landschap van steppe en af en toe kleine rotsbergjes. Hoe meer we bij Djenné aankomen hoe vlakker het landschap wordt. Bij de eerst volgende kruispunt slaan we links af richting Djenné. Bij het eerste dorpje moeten we 'village tax' betalen (een soort van doorrij belasting). Dan gaat de weg via een dijk met aan weerskanten moeras verder. Na een half uurtje rijden komen we bij een grote zandvlakte aan die het strand blijkt te zijn van de rivier die we moeten oversteken. Een klein pondje brengt je naar de overkant. Maar om op de pond te komen, moet je eerst een klein stukje door het water rijden, want de pond heeft teveel diepgang om bij het strand te komen en er is geen kade. Aan de andere kant hetzelfde. Voor Maatje geen probleem, maar de personenauto voor ons rijdt z'n bumper eraf bij het verlaten van de pond omdat het zo steil gaat. De weg gaat weer verder via een dijk, met aan de ene kant de rivier en aan de andere kant steppe.
Via een smal bruggetje komen we aan in Djenné, waar we bij een benzine station Belgen zien staan. Als we even stoppen voor een praatje en info, blijken ze al onze problemen met Maatje te kennen (een kleine wereld van overlanders die veel met elkaar en over elkaar praten:-). We gaan op zoek naar de camping en via een paar kronkelweggetjes door het dorpje komen we aan bij een binnenplaats direct naast de markt. Het is er rustig en alles ziet er (Afrikaans) goed uit.
We besluiten te blijven staan. Het is behalve een hotel met kampeermogelijkheden ook een restaurant voor toeristen en vooral een plaats van samenkomen voor wevers, oude mannetjes die een kaartje leggen en vrienden van vrienden. Kortom een gezellige boel, maar niemand is tot overlast. Als we even gaan zitten voor wat te eten, ziet Marga een plasje water onder de motorkap. Nee hè, niet weer problemen?! Onder de motorkap is een slang die lekt en wel die van de radiator naar de waterpomp loopt. Deze was al door, maar bij de garage van Bamako op z'n Afrikaan gerepareerd met een stuk binnenband van een fiets met de garantie dat ie het nog wel 10.000 km zou houden. Mooi niet dus! Mark baalt vreselijk, maar gaat dan al snel weer op zoek naar mogelijkheden. Djenné is echter een dorp met amper auto's, dus een garage of monteur zal niet helpen. De motor is echter nog veel te warm om aan te pakken en we besluiten het later nog maar eens te bekijken en eerst een rondje door het dorp te maken.
Djenné is toeristisch en met name bekend om zijn architectuur (kleihuisjes) en de grote moskee. Als we een kleine wandeling maken door het dorp is er verder ook niets dan alleen maar die kleihuisjes en kronkelweggetjes. Terug op de camping wordt de oude 'gerepareerde' slang vervangen door een andere die we gelukkig bij ons hadden en alles werkt weer prima! In de avond komt om de hoek nog een landrover aangereden met een Mercedes in haar kielzog. Het blijken de Duitsers (één backpacker, één die zijn Mercedes verkoopt en doorreist, nog een backpacker met haar vriend uit Mauritanië en de bestuurder van de Landrover) te zijn die we in Bamako hebben ontmoet. Handen worden geschud, ervaringen uitgewisseld en tussendoor wordt nog een band van de landrover gewisseld die onderweg beschadigd en lek was geraakt.
15 januari 2010 In een klein dorpje even buiten Djenné is een festival gaande met muziek, dans en 'grote poppen'. Dit lijkt ons wel interessant en we gaan met z'n allen (7 personen) op een paardenkar op weg naar het festival.
Via zandpaden komen we bij een dorpje en een ommuurd terrein waar met eenvoudige middelen een geluidsinstallatie is gebouwd en rondom een zandvlakte stoelen zijn geplaatst. Uit de speakers klinkt traditionele muziek en een hele grote groep vrouwen danst in een cirkel in het midden. Het feest is al begonnen en we willen zo snel mogelijk plaats nemen om de anderen niet in het blikveld te staan, maar een festivalmedewerker gebaart ons met hem mee te lopen. Hij brengt ons naar een soort van hoofdtribune-achtige zonnescherm met relaxte stoelen, waar we geacht worden te gaan zitten. Het is een lokaal festival, maar er komen ook een aantal toeristen. Na ongeveer een kwartiertje krijgt Mark in de gaten dat je overal mag staan en van alles een foto mag maken. Ook de meegekomen Duitsers zijn fanatieke fotografen en met z'n allen lopen ze overal om en rond de dansende groepen en muzikanten voor de mooiste foto's.
Tussen de middag eten we in de tot kantine omgebouwd klaslokaal (kip, met gebakken aardappeltjes en groente, cola en sinasappel en banaan toe). In de middag wordt het programma voortgezet met dansende vrouwen in hun mooiste kleren, parades van mannen die 'iets' uitbeelden met de grote poppen die zij op sleeptouw nemen en andere muzikanten. Moe maar zeer voldaan gaan we aan het eind van de dag weer met de paardenkar terug naar de camping. In de avond bekijken we de foto's en filmpjes. Een man die ook over de camping loopt, pakt een stoel en kijkt met ons mee. Hij blijkt doof(stom) te zijn, maar met gebaren maakt hij ons duidelijk dat hij enkele mensen op het scherm herkent. Tevens tekent hij op de grond (pen en papier is in Afrika niet nodig :-) een soort van poort die hij ons in de morgen wil laten zien.
16 januari 2010 Vandaag is het maandag en markt in Djenné. Een grote en bekende markt volgens de boeken. Als we 's morgens ons ontbijtje bij elkaar shoppen, merken we inderdaad dat de markt groot is: overal waar nog geen standjes stonden, worden extra gebouwd en overal zijn de bekende 'poussers' de spullen aan het versjouwen. Op de camping is het inmiddels ook een drukte van belang, want tafels en stoelen worden van overal vandaan gehaald en tafels gedekt. Ook een jongen met twee handen vol met kippen komt op de camping aangelopen. Maandag is top drukte in Djenné! Met een kleine jongen die wij gisteren op het festival hebben leren kennen, maken we een korte trip door en over de markt. Alles wordt te koop aangeboden: eten, kleren, binnenbanden, sieraden en zelfs losse bouten en moeren (je zou maar net die ene nodig hebben!?).
Terug op de camping zijn de kippen inmiddels veranderd in maaltijden voor de enorme stroom van toeristen en hun hongerige magen. Echt een topdag voor Djenné. We besluiten met de hele 'bende' (7 personen) gebruik te maken van de drukte op de markt en de leeggestroomde straatjes en steegjes van het dorp te fotograferen. Een leuke trip met een hoop nieuwe vrienden. We sluiten de tocht af met het inkopen van boodschappen op de groentemarkt. In de middag hadden we nog de tocht naar de poort van de doofstomme man. We hadden er niet veel zin in, maar beloofd is beloofd. Dus om 4 uur gingen we nogmaals met het fototoestel op pad. Bij de zgn. poort bleek het niet te gaan om een poort, maar om een typische bouwstijl in Djenné. De man nam ons op sleeptouw van gebouw naar gebouw. Het leek een saaie tocht te worden. Maar dan kwamen we bij de rand van het dorp aan de rivier. Het bleek de plaats te zijn waar alle naar de markt gekomen mensen de rivier oversteken. Aan de overkant staan alle paardenkarren te wachten die de mensen dan verder brengen naar hun dorpen. Het werd daarmee toch nog een mooie tocht en een mooie afsluiter van de dag en dus ook voor ons een topdag in Djenné!
17 januari 2010 Vandaag langzaam opgestaan. We gaan samen met de Duitsers naar Mopti of Sevare. Nog een laatste test met Maatje om te kijken of de slangen allemaal goed zijn, wat ook zo is (Mark is ook een goede mechanic :-). Samen met de Mercedes en de andere landrover rijden we weer via de dijkjes terug naar het pondje. De rest van de weg naar Sevare is afwisselend steppe en 4 kleuren zand met af en toe een heuvel van stenen. Halverwege de tocht verloren we de landrover uit onze spiegel. Na 10 minuten wachten was hij er nog steeds niet. We keerden om te zien wat er aan de hand was. Een paar kilometer terug stonden zij met (weer!) een lekke band langs de weg. Een handje helpen en we zijn weer op weg.
In het begin van de middag komen we aan bij Sevare. We hadden een paar leuke plekken via internet gevonden en de Duitsers zouden ons volgen, maar de plaatsen waren niet zo mooi of niet mogelijk te kamperen. Doorrijden naar Mopti dan maar. Maar ook daar vielen de campings tegen of was het niet mogelijk te kamperen. Uiteindelijk hadden we nog één plek over. De weg er naar toe was echter lastig terug te vinden. Met drie auto's kwamen we midden in de drukte van de markt terecht en uiteindelijk op een doodlopende opstapplaats voor de bussen. Keren en verder gaan. Maar terwijl Marga aanwijzingen gaf hoe ver Mark met Maatje kon draaien, boden tegelijkertijd twee Malinezen aan de weg te wijzen (ook al wisten ze niet waar we heen wilden) en de bestuurder van de Landrover kwam ook nog eens vragen of we de weg terug konden vinden en anders hij de coördinaten wel had. Kortom, iets teveel tegelijk voor Mark :-) Uiteindelijk hadden we weer de goede weg terug gevonden, maar door de drukte van de markt en de tegemoetkomende vrachtwagen, stonden we eigenlijk allemaal klem. Luid getoeter van auto's en scooters, maar vooruit (of achteruit) was niet meer mogelijk. Met aanwijzingen van de omstanders kwamen we uiteindelijk verder. De twee Malinezen waren ons intussen toch aan het gidsen naar één of ander missionarissen huis. Niet de plek waar we wilden zijn, dus verder. Maar weer een vrachtwagen, drukte van alle kanten en smalle wegen en weer klem! Maar ook hier, met aanwijzingen van omstanders (en tegelijkertijd verkopers met allerlei spullen langs je raam), kwamen we verder. En dit keer op de plek waar we wilden zijn. Bij navraag plek de plek schandelijk duur. Twee van onze groep besloten met een half dronken jongen te gaan kijken naar een andere plek. Een goede plek en omdat we met zo velen tegelijk kwamen, voor half geld! De auto's werden door een smalle straat geloosd en op een binnenplaats gezet. Maar eerst moesten alle drie de auto's nog draaien op 50 vierkante meter omdat ze anders niet meer terug konden via de steeg. Lang leve de stuurbekrachtiging, jammer alleen dat we dat niet hebben :-) Inmiddels was het al bijna donker. We zoeken een plek om te eten en gaan slapen.
18 januari 2010 Vandaag weinig bijzonders. Lekker geslapen, wasje doen een beetje boodschappen, met de groep en gids onderhandelen over een voettocht door de Dogon (gaan we niet doen), en foto's maken van de rivier (het wordt een beetje saai om te schrijven, maar de plaatjes zijn nog steeds mooi!). Verder een leuk stel ontmoet die met de motor naar Tanzania rijden en onderweg profiel foto's maken van mensen. De link is www.kauswohlmann.de en dan bij 'Licht und Schatten' kijken. Morgen rijden we naar Sevare waar we Gerrit en Jorina weer treffen. Lekker bijkletsen en daarna zien we wel verder. Langzaam moeten we wel het land verlaten want onze visa's verlopen in 10 dagen.
19 t/m 23 januari 2010 Vandaag een kort ritje naar Sevare (20 km oostelijk van Mopti). Daar treffen we Gerrit en Jorina weer. De begroeting is hartelijk en in de bar kletsen we lekker bij over hun en onze evaringen. Ook de foto's worden bekeken en 's avonds koken we gezamenlijk een maal. Tot slot maken we een route voor de volgende dagen door Dogon land. De volgende dag bijtijds op voor een off-road route door Dogon land. Via Bandiagara, waar we nog de laatste boodschappen doen, hobbelt de weg door een prachtig landschap via smalle weggetjes over het plateau. Her en der komen we langs de typische Dogon dorpjes.
De weg is voornamelijk steenachtig en goed te doen (onderweg komen we nog 3 2CV tegen). In de middag komen we aan bij Sanga, waar we een camping zoeken. Omdat het nog vroeg is, besluiten we een stukje te gaan lopen door het dorpje en vooral naar dat standje met die mooie doeken. Daar aangekomen worden we van alle kanten belaagd door de 'atelier houders' om vooral een kijkje te nemen in hun atelier. Ze hebben leuke spullen en we krijgen zelfs uitleg over hoe doeken worden gebatikt. Met Mark als onze 'gids en vertaler' en de rest als de toerist, struinen wij de ene winkel naar de andere af, waar we met veel onderhandelen maskers, toiletrol houders, beelden, potjes, enz kopen. Met tassen vol, die door Mark worden gedragen, want hij was onze gids, lopen we voldaan terug naar de camping waar alles veilig in de auto wordt opgeborgen voor de volgende hobbelige rit. De volgende ochtend dalen we het plateau af en rijden in de vallei van de Dogon. Wederom een prachtig landschap met her en der dorpjes die tegen de rotswanden aangebouwd zijn. De piste is 'zwaarder' geworden: we passeren diepe geulen waar in het regen seizoen water stroomt en soms verdwijnt de hele auto in rijgeulen. Geweldig om te rijden (vind Mark!).
In de middag komen we aan bij een markt voor lokalen in de vallei. We zijn de enige 'toubabs' (blanken) en kopen wat oliebollen(!) voor de lunch en een kalebassen sla bak met kalebas lepels. Aan het eind van de middag verandert het landschap in meer zand met aan de linker hand bergen. Ook komen we geen dorpjes meer tegen, maar overal zijn nog wel steeds mensen. Zo rijden we in een file met wel 50 ezelkarren, die we al zigzaggend inhalen (want er is maar één spoor die we met z'n allen moeten delen).
Opvallend blijft de vriendelijkheid en hartelijkheid van de mensen: wij rijden met auto's in hun land en toch sturen ze hun ezelskarren zo snel mogelijk opzij, zodat wij zo snel mogelijk kunnen passeren, al zwaaiend en vriendelijk groetend en/of bedankend. We rijden richting Doentza en hebben nog één diepe geul te gaan. Maatje gaat eerst en komt netjes aan de overkant. Maar dan wil ie niet meer. Gas geven, maar de auto gaat niet vooruit. De gaskabel lijkt losgeschoten. Onder de motorkap blijkt echter dat de gaskabel is geknapt! Tja, daar sta je dan in de middle of nowhere, 20 km van de volgende stad. Samen met Gerrit, bekijkt Mark de precieze schade en vooral hoe die op te lossen. De dames maken intussen een schaduwplek voor de mannen en kletsen met de nieuwsgierige kinderen die zijn aankomen lopen. De mannen hebben hun creativiteit volledig laten gaan en met een ring, moer en bout hebben ze de gaskabel weer aan elkaar weten te maken en rijden we verder. Bij het stilstaan zijn echter al die ezelkarren ons weer gepasseerd en het spel van zigzag inhalen, begint opnieuw. Aan het eind van de middag komen we bij een prachtige camping in Doentza aan, waar we 's avonds lekker eten in het restaurant (dankjewel Gerrit en Jorina!). Ondertussen proberen de mannen een nieuwe gaskabel te vinden. Die is helaas niet voor handen, maar de ingeschakelde mecanicien (hij zegt de beste, dus hadden we al geen vertrouwen meer) zou het wel oplossen. Hij kwam met een gaskabel van een motor en wilde die met twee moertjes vervangen. De mannen hadden hier totaal geen vertrouwen in, maar zagen wel creatieve potentie in de twee moeren en kochten alleen die.
24 januari 2010 Vandaag een rustdag. De dames doen de was en de mannen sleutelen aan de auto. Alle banden van de Olifant worden van plaats gewisseld en gecontroleerd op doornen (acacia's). Ook Maatje haar banden worden aan een inspectie onderworpen. De Olifant heeft er in elke gemiddeld twee, Maatje in één zeven doornen en de rest niets. De doornen worden afgesneden en de banden kunnen weer prima mee. Ook de gaskabel wordt met de twee moeren die gisteren zijn gekocht op maat geboord(!) en vakkundig gerepareerd.
Die is nu zo sterk dat ie het wel houdt tot Nederland en ook het doorslijten zal nu met de extra koper geleiding, geen probleem meer zijn. De mannen zijn tros op hun werk en wij op hun. Maar dit heeft toch een deuk in het vertrouwen van de auto opgeleverd. Vooral omdat het volgende land dat wij willen bezoeken, Burkina, voornamelijk uit pistes bestaat en daar weinig mensen komen. We kijken elkaar aan en voelen ons hier niet lekker bij; Maatje heeft ons te vaak in de steek gelaten. We informeren bij Gerrit en Jorina naar hun plannen en zij bieden aan als service truck te fungeren helemaal geweldig!!. Samen zijn we sterker, niet alleen, creatief en oplossend. We hebben daarom besloten ook Burkina Faso niet te gaan bezoeken en de reis door Mali te verlengen en te genieten van al het moois daar. Dit betekent wel dat onze visa's en passant vants verlengd moeten worden. Dit kan bij navraag niet in Doentza, maar moet aan de grens.
25 en 26 januari 2010 We vertrekken richting de grens voor het verlengen van de visa en passant vant. We wilden via een 4x4 route weer terug door de Dogon vallei, maar na een paar kilometer, voelt de koppeling van Maatje slap aan. Er wordt gestopt en gecontroleerd, maar er wordt geen probleem gevonden. We besluiten via het asfalt naar Sevare terug te rijden (dan zijn we in ieder geval bij een stad) en vandaar verder te kijken. Tegen het middag uur komen we in Sevare aan, waar we Maatje op een put bij een garage plaatsen. Mark kruipt onder de auto om te kijken of er lucht in de leidingen zit, maar dit blijkt niet het geval. De druk van de koppeling is verder ook oké. Maar het pedaal blijft speling houden. Niets aan te doen en we gaan gewoon verder (we hebben per slot van rekening nu een service truck). Via Bandiagara rijden we via een nieuw stukje asfalt naar de grens in Koro. Halverwege houdt het asfalt op en rijden we op een slecht stuk gravel met wasboard en af en toe gaten. Lastig rijden, maar goed te doen. Totdat Maatje een raar geluid begint te maken: bij elke keer dat het gas flink ingedrukt wordt, antwoord Maatje met een 'gehuil' van lucht. Turbo kapot? Nee, want Maatje heeft nog steeds trekkracht. Wat dan? Geen idee, maar de smoor zit er behoorlijk in!!! En het besluit om niet alleen te gaan rijden, wordt nog eens bevestigd als een goed besluit!. Maatje blijft rijden en we gaan op de camping wel kijken wat er aan de hand is. We laten Gerrit en Jorina nog even schrikken als we zonder iets te zeggen, nog even stoppen voor een foto van een gier bij een prooi, maar voor de rest blijft Maatje het doen.
In Koro aangekomen, wil Mark de auto eigenlijk alleen maar parkeren, maar we halen hem toch over eerst de papieren te gaan regelen (dan hebben we dat alvast gehad). Bij de doaune aangekomen, duurt het even voordat ze begrijpen dat wij niet Mali willen verlaten en dat we ook niet Mali binnenkomen vanuit Burkina, maar alleen het passant willen verlengen en dat de (illegale) verlenging in Mali inmiddels ook is verlopen. Maar als ze dan uiteindelijk begrijpen dat we Mali erg mooi vinden en de reis daar willen voorzetten, beginnen ze toch een nieuwe passant vant te schrijven. Voor de Visa moeten we echter in Bandiagara of Mopti zijn en nee het heeft echt geen zin om door te rijden naar het politiebureau verderop, want daar doen ze het echt niet. We accepteren het en gaan op weg naar de camping. De camping viel een beetje tegen: een gat in de grond was de wc en douchen kon niet want er was geen water meer in de watertoren. Maar wel de volledige prijs willen berekenen. Daar waren we het dus niet mee eens en na een tijdje onderhandelen door Jorina, was de helft ook goed. De auto worden geparkeerd en de motorkap van Maatje gaat weer open. Na een korte inspectie blijkt dat de slang van de turbo is doorgesneden door de dynamo. De mannen bedenken oplossingen om te plakken, maar na een kort informerend telefoontje met Emiel in Nederland. blijkt dat er toch wel behoorlijk druk op de slang komt en dat een nieuwe beter is. Op zoek dus naar een nieuwe slang voor de turbo. Mark ging met slang en een lokale man het dorp in terwijl wij het eten voorbereidden. Na een half uurtje kwam hij weer terug, maar zonder slang. Alle winkels waren dicht en pas weer morgenochtend open. Eerst maar eten dan en morgen weer verder kijken. Maar tijdens het eten kwam de man terug met een mecanicien (weer de beste; waar halen ze die toch steeds vandaan) en hij kon wel weer een zelfde slang vinden. De man met de oude slang terug en wij verder eten. Dit leek een snelle oplossing te worden. Na een uurtje kwam de mecanicien terug met twee slangen: de oude en een nieuwe. Dat is mooi (dachten we), maar bij nadere inspectie bleek dat de bochten van de slang precies andersom zaten en dus nooit zou passen. De mecanicien wilde het wel proberen. Met alle Afrikaanse 'zachtzinnigheid' werd de slang geprobeerd te plaatsen, maar dat ging dus echt niet. En pas toen begreep de mecanicien wat het probleem was: de bocht zat verkeerd(!?). Maar als hij nou eens de oude doorsnijdt en dat dan met die nieuwe verbindt en dan......... HO!. De mannen grijpen in: er wordt niet in de oude gesneden (die wilden ze behouden om eventueel toch te plakken als er geen andere oplossing te vinden was). Met handen en voeten, Frans en Engels werd door de twee mannen aan de (inmiddels) vijf (hulp) mecaniciens aangegeven dat het wel mogelijk is de nieuwe door te snijden en deze met een aluminium buisje anders om te leggen en dat ie dan misschien wel past. De mecanicien vertrok en na een half uur was hij weer terug met een verbouwde slang. Ook deze werd met alle Afrikaanse 'zachtzinnigheid' geprobeerd te plaatsen, maar hoe dan ook, het paste niet goed. De slang werd door de bocht die die moest maken dichtgedrukt. Volgens de mecanicien geen probleem en ze moesten het vooral maar even testen met een stationair draaiende motor, want dan zou je 'm echt niet horen fluiten of piepen! De mannen hadden genoeg gezien: dit ging 'm niet worden. Maar met de onderdelen zagen ze zelf wel mogelijkheden, maar dan zonder de 'hulp' van alle lokale (hulp) mecaniciens. De onderdelen werden gekocht en iedereen bedankt voor een 'hulp'. De volgende ochtend fabriceerden de mannen in alle rust van de onderdelen een nieuwe slang. Na een kort test ritje bleek alles goed te functioneren en we maakten ons op om de reis voort te zetten, terug naar Bandiagara voor het verlengen van de Visa. Na een uurtje rijden hadden we er genoeg van en in het dorp Bankas stopten we bij een zeer mooie camping. De slag werd gecontroleerd, maar de dynamo raakte nog steeds de slang. De mannen gingen weer aan het werk en tegen de avond was er weer een creatieve oplossing van 'trekdraden' ontworpen en gebouwd om de slang bij de dynamo weg te houden. Nu moest het toch goed zijn.
27 januari 2010 Op weg naar Bandiagara. Gerrit en Jorina via een piste en wij met Maatje via de 'gewone' weg, zodat we sneller in Bandiagara zouden zijn om daar het visa te regelen. Na twee uurtjes zijn we in Bandiagara. Even vragen naar het politie bureau en visa regelen, toch? Nee, dat gat echt niet hier, daar moet je voor in Mopti zijn. Ja maar, daar zeiden ze....... Nee, in Mopti. Oké, dan Gerrit en Jorina bellen dat we naar Mopti moeten. Blijken ze de piste al gereden te hebben (was geen echte piste) en ook al in Bandiagara te staan. Samen rijden we verder naar Mopti, waar we weer op de kleine camping in de stad gaan staan (en omdat de eigenaar ons herkende van de vorige keer, ook nu weer met korting). We hebben honger en gaan eerst op zoek naar de patisserie. Daar hebben we heerlijke chocolade croissants en een soort van pudding broodjes gegeten. Daarna nog wat rondgeslenterd over de markt. Met twee nieuwe Afrikaanse thee bekers keren we terug op de camping. De mannen willen nog één keer hun creatieve oplossing bewonderen en kruipen nog onder de motorkap. Daar blijkt de slang toch weer de dynamo te hebben geraakt! Er wordt weer nagedacht en gesleuteld, totdat Gerrit onder de auto een bout wil aandraaien en plotseling ziet dat de steun van de motor losgescheurd is. Niet leuk, maar verklaart wel de problemen met de slang en de dynamo. Maar goed: motorsteun lassen wordt de nieuwe uitdaging. En ze willen niet dat er vanuit de losse pols gelast wordt onder de auto. Een brug waar de auto op kan is er in Mali niet te vinden, dus wordt er gezocht naar een put. Mark klimt achter op de scooter van de camping eigenaar om naar een geschikte plek te kijken. Hij komt terug met een geschikte locatie niet ver van de camping. Maatje en de twee heren vertrekken naar de put en wilden vanaf daar een lasser regelen. Maar bij de put bleek het niet mogelijk een lasser te laten komen. Ze wilden hun wel naar een lasser brengen met een put. De heren gingen kijken en reden even later Maatje naar de lasser. Daar werd vakkundig gekeken naar de schade en voor dat er begonnen werd met werken, wilden ze eerst over de prijs praten. De heren werden in een klein hokje uitgenodigd plaats te nemen en met nog 7 anderen in de deuropening werd de onderhandeling gestart. Een belachelijk hoge prijs vloog over tafel en het spel werd gestart. Halverwege zijn de heren uit het hok weggelopen (onderdeel van het spel) en buiten een sigaret gaan roken en z.g.n. bellen met anderen. Toen ze aandrongen op een man die zowel Frans als Engels sprak, werden de onderhandelingen weer voortgezet en uiteindelijk ging de lasser akkoord met het bod van de heren. De monteur begon op z'n Afrikaans de motor te steunen en met allerlei scheve balken en planken werd de motor weer 'terug' geduwd.
Vervolgens ging de lasser met lasapparaat en zonnebril aan de slag. Hij heeft goed werk verricht en zelfs extra platen aan de steunen gelast, want hij wilde toch echt dat wij met de auto over pistes konden rijden. Na een tijdje ging de mobiele telefoon van Mark. De monteur uit Bamako belde en wilde gewon weten hoe het ging. Mark heeft hem uitgelegd dat we momenteel in de garage staan en wat het probleem was. De monteur vroeg Mark gelijk de lasser aan de telefoon te geven en die werd even goed duidelijk gemaakt dat hij goed werk moest verrichten want het waren zijn vrienden en ........ Geweldig! Na 3 uurtjes stond Maatje gerepareerd en wel weer op de camping. Met een goed en lekker maaltijd van de camping restaurant hebben we de avond afgesloten.
28 januari 2010
Vandaag en kort ritje over het asfalt naar Djenné. Een wat saaie weg vergeleken met de pistes in de Dogon, maar de aankomst bij Djenné maakt weer een hoop goed: via een zandbank door het water op de veerbootje. Aan de overkant wil Jorina even kijken bij de doeken. Na een uur zijn we doeken, kettingen, kleine maskertjes en weet wat nog meer rijker en een paar t-shirts en pennen armer. Nog een kleine stukje over een mooi dijkje en we komen aan in Djenné. Daar parkeren we de auto's en gaan de twee campings bekijken. Bij de vorige worden we herkend en er worden handen geschud. De andere is toch net iets rustiger en we kiezen dan ook om daar te blijven. De middag wordt gebruikt om lekker niets te doen. In de avond praten we nog met twee franse motor rijders die de piste hebben gereden die wij morgen willen rijden en zij die wij gereden hebben in de Dogon. We gaan vroeg op bed want morgen wordt een lange dag.
29 januari 2010 Vandaag vroeg op (6 uur), want we gaan piste rijden van Djenné naar Segou. Een route van 250 km via binnenwegen langs kleine dorpjes. In de dorpjes worden we vriendelijk toegezwaaid en onderweg stoppen we voornamelijk voor koeien en geiten die de weg oversteken.
Het landschap is verder kaal en vlak. De weg is een soort van rood gravel, soms wasboard afgewisseld met gaten van zand. Wederom erg mooi en veel leuker dan asfalt. In het begin van de middag komen we aan in Segou en gaan op zoek naar een camping. We vinden een mooie plek net buiten het dorp bij een hotel.
30 januari 2010 Vandaag willen we naar Bamako zodat we morgen een rustdag hebben en de rest moeten regelen. De dag begint met ontbijt en dan de standaard controle bij de auto. Intussen is die standaard controle behoorlijk uitgebreid met alle pech en makerlij van de afgelopen dagen. Het laatst is de koelvloeistof aan de beurt. En wat blijkt: jawel, weer olie in de koelvloeistof reservoir. Shit! Wat nu (weer) te doen? Na overleg met de garage besluiten we toch maar te gaan rijden en de temperatuur van de motor goed in de gaten te houden en bij het minste geringste te stoppen. Extra flessen water worden voor de zekerheid meegenomen en de service truck rijdt paraat achter ons aan. De rit gaat gelukkig over asfalt en is 'maar' 250 km. Het gaat goed tot ongeveer 30 km voor Bamako. We ruiken toch wel veel olie en Gerrit meldt via de walkie-talkie dat er erg veel zwarte rook uit de uitlaat komt. We stoppen en nemen een kijkje onder de motorkap. Veel olie en de koelvloeistof reservoir overstroomt. Verder rijden op eigen kracht zit er voor Maatje niet meer in. De sleepkabels worden gepakt en in een mum van tijd rijden we als een treintje met de Olifant als locomotief richting Bamako. Onderweg komen we nog bij een tolpoortje en als Jorina duidelijk wil maken dat ze niet de slagboom tussen ons dicht moeten maken omdat we aan elkaar vast zitten (2 voiture, sleepie, sleepie!), krijgen we spontaan korting en worden we gezien als één voertuig. De camping ligt gelukkig aan de goede kant en we hoeven niet de hele stad door. Met de waypoint van de vorige keer wordt de camping dan ook snel gevonden. De camping eigenaar kent ons nog en als we vertellen van de pech, krijgen we wederom een huisje aangeboden voor dezelfde prijs als de camping ("jullie hebben al genoeg zorgen. Vanaf nu is het in ieder geval hier tranquil! Nederland, leer daar wat van!!!). De garage wordt gebeld en ook hij baalt stevig. Na vijf minuten worden we terug gebeld met de mededeling dat we de auto direct bij de garage kunnen brengen zodat ze er maandagmorgen direct kunnen beginnen. Omdat ze er nu toch niet direct aan beginnen, besluiten we morgen de auto te gaan brengen (het is mooi geweest voor vandaag). Daarbij komt dat morgenmiddag de finale van de Africa Cup wordt gespeeld en dat scheelt voor ons weer een hoop verkeer op de weg. Mark en Gerrit installeren zich met de computers om de verslagen een beetje bij te werken en Jorina en Marga gaan met de auto (Olifant) wat kleine boodschappen halen.
31 januari 2010 Vandaag een rustdag, nou ja behalve Maatje weer naar de garage brengen, wasje doen en internet bijwerken. Morgen moeten we Bamako in voor het regelen van de visa voor Mauritanië.
1 februari 2010 Vandaag rustig opgestaan en uitgebreid ontbijtje. Om 10 uur gaan we met de taxi naar de ambassade van Mauritanië om onze visa te regelen. Maar voordat we daar zijn moeten we met de taxi door het drukke Bamako. Dat is al een avontuur op zich. Het was erg druk dus dacht de taxichauffeur ik neem een binnendoor weg, nou dat dachten er meer. Gevolg was lange rijen auto's, hoop getoeter en tot slot deed de taxi het niet meer. Nou dan maar duwen en ja hoor daar gaat hij weer. Bij de ambassade gaat alles heel snel en morgen kunnen we onze paspoorten weer ophalen. Inmiddels is het 12 uur en vinden we het tijd voor een lunch we gaan opzoek naar een taxi. We lopen langs een mannetje wat bezig is een nijlpaard uit hout te maken en we worden gevraagd om te kijken in zijn winkeltje. Als goede toeristen lopen we met z'n vieren met hem mee. We komen in een huisje (nou ja meer een kamertje) waar zijn bed staat en allemaal beeldjes en maskers. we kiezen allemaal na onderhandelen over de prijs wat uit. Na de lunch lopen we naar een winkeltje waar leuke tassen hangen. Ook hier wordt er weer van alles gekocht. Het is een spel om de spullen voor een redelijke prijs mee te kunnen nemen: de begin prijs is erg hoog en wij beginnen erg laag. Dan komt er een spel van hoger en lager, waarbij we stee vast complimenten krijgen over hoe "sterk wij zijn in onderhandelen" en dat we altijd "aardige mensen zijn en daarom bijzondere korting krijgen". Het spel heeft verder altijd het onderdeel "dit is het laatste bod", spullen terug leggen en weglopen. Daarna komt de verkoper altijd achter ons aan en begint het verder onderhandelen opnieuw. Gewoon een kwestie van poot stijf houden. Ze willen gewoon erg graag verkopen, maar we denken ook dat we nog steeds (te) veel betalen. Wel blijft het altijd vriendelijk. Alleen weten ze niet van ophouden en denken ze soms dat we al het geld van de wereld hebben en bij alle stalletjes wat kunnen of willen kopen. Zo langzamerhand is er geen plaats meer in de auto's voor al die souvenirs. Hierna gaan we naar de garage kijken hoe het er voorstaat met Maatje. Wat blijkt: de radiateur is weer stuk maar nu aan de andere kant. Dat betekent dat de gelaste naden dus sterk genoeg zijn. De nieuwe breuk is weer gemaakt en morgen kunnen we Maatje weer ophalen. We gaan met de taxi terug naar de camping en doen nog wat boodschappen bij de supermarkt.
2 en 3 februari 2010 Vandaag met z´n drieën (Jorina voelde zich niet lekker) met de taxi terug naar de ambassade van Mauritanië voor het ophalen van onze visa. Ook hebben we een gasfles mee om te vullen, want deze is na al die maanden nu toch wel bijna leeg. Marga blijft buiten staan met de gasfles en de heren gaan de visa halen. Maar na 2 minuten is Marga weer bij de heren, zonder gasfles. Blijkt dat de portier het niet verstandig vond Marga daar zo alleen buiten te laten staan. Zij moest met de heren naar binnen en hij zou wel over de gasfles waken. Na wat heen-en-weer gewijs waar we moeten zijn, liggen onze paspoorten al klaar met de begeerde stempels. Eenmaal weer buiten, waren we een beetje aan het overleggen hoe, wat waar en hoe te komen, als een oude bekende uit het hotel van onze vorig verblijf in Bamako, ons begroette. Het was de sieraden verkoper. Hij wist wel waar we de gasfles zouden kunnen bijvullen en wilde Mark met alle plezier op z'n scooter heen en terug brengen, maar eerst moest er natuurlijk naar zijn waren gekeken worden. Na wat onderhandelen kochten we een paar kettingen en het werd tijd voor het vullen van de gasfles. Met de gasfles tussen zijn benen en Mark achterop, scheerden zij zich door het verkeer van Bamako. Maar stoppend en vragend bij een aantal mogelijke vulstations, bleek dat onze fles niet bijgevuld kon worden of dat er geen gas was. Zonder resultaat kwamen zij dus weer terug. Maar de man wilde niet opgeven en nu alleen met gasfles en zonder Mark, ging hij op z'n scooter weer op pad naar nog een ander adres. Eventueel zou hij kijken naar een alternatief. Wij wachten rustig op straat waar intussen al een bankje voor ons was gebracht en waar wij zo nu en dan aanspraak hadden van één van de ambassade personeel. Na een half uurtje kwam de verkoper/gasflesvuller weer terug met de oude gasfles én een nieuwe met lokaal gefabriceerd kookplaatje. Een mooi ding om te zien, maar voor ons onmogelijk om in de kast te plaatsen (en dat hadden we hem wel heel duidelijk gemaakt dat ie niet groter mocht zijn). Na wat gekibbel over wel of niet bruikbaar en wel of niet betalen, namen we de oude fles weer mee terug en de verkoper zijn nieuwe. We besloten maar eens bij Maatje te gaan kijken. Daar aangekomen stond ze nog steeds zonder motorkap en met de monteur voorover gebogen in de motor. De eigenaar was er niet en iedereen liep er een beetje gespannen bij; de sfeer was om te snijden. We kregen te horen dat de eigenaar om vier uur terug zou zijn en dat hij het ons dan wel zou uitleggen. Dit klonk nogal cryptisch en vooral beangstigend, dus belde Mark de eigenaar direct op. Hem werd uitgelegd dat de radiator inmiddels gemaakt was, maar de koeling nog niet echt goed werkte en dat ze nog verder wilde kijken. Morgen zou ie klaar zijn. Geen halve maatregelen, dat klinkt goed, maar het duurt wel erg lang zo. We gingen per taxi maar weer terug naar de camping. De volgende dag besteden we met rondhangen op de camping en informeren naar de status van Maatje. In de middag blijft het enige resultaat dat er nog steeds problemen zijn met de koeling en we besluiten toch maar eens zelf te gaan kijken. Mede ook omdat bij Dakar een aantal aanpassingen zijn gemaakt die het effect van de koeling lijkt te beïnvloeden. Bij de garage aangekomen wordt ons duidelijk dat de ventilator van de radiotor langzaam blijft draaien en dus onvoldoende gaande koeling geeft. Bij verder zoeken blijkt één van de diodes kapot te zijn. Een inmiddels ingeschakelde elektricien begint met een bypass te maken en na wat extra draadjes doet de ventilator het weer en kunnen we Maatje eindelijk meenemen. Kosten: niets! Vol trots komen we bij de camping aan, onthaalt door applaus van de olifant-rijders. De laatste dag in Bamako bestaat uit test rijden en zoeken naar reserve onderdelen voor Maatje. Na een ochtend rijden hebben we bijna niets kunnen vinden, maar Maatje rijdt goed. We gaan verder met inpakken en voorbereiden van de reis richting Senegal. We nemen afscheid van de camping eigenaar en bedanken hem vriendelijk voor alle diensten en duiken op tijd in bed.
4 februari 2010 Vandaag is ons doel net boven Bamako een plek te vinden voor de nacht. Een niet al te lange dag rijden, maar genoeg om de reis in Senegal in 2-en te splitsen. Na een paar uurtjes rijden begint de temperatuur van de koelvloeistof toch behoorlijk op te lopen. We stoppen net buiten Kati bij een parkeerplaats van een Auberge. Onder de motorkap is de zekering doorgesmolten en ook een diode aangebrand. We bellen met de garage in Bamako die direct een elektricien zullen sturen. Omdat het al in de middag loopt en de elektricien van ver moet komen en dan nog moet beginnen met reparaties, besluiten de dames te gaan informeren naar de mogelijkheden voor een overnachting bij of in de Auberge. Na een verfrissend colaatje, besluiten de heren toch nog maar eens zelf naar de elektra te gaan kijken en te zoeken naar eventuele oplossing. Wat blijkt: één van de diodes krijgt tweemaal voeding! Dit kan natuurlijk nooit. Met Nederland wordt telefonisch contact gezocht met de garage voor eventuele mogelijkheden. De elektricien laat nog op zich wachten en de heren hebben met de informatie uit Holland het heft zelf in hand genomen: alle bestaande elektra voor de aansturing van de ventilator zal worden vervangen door nieuwe draden en zonder diodes. Ze beginnen voorzichtig omleidingen te bouwen en dan pas draden door te knippen.; het ziet er professioneel uit. De elektricien is inmiddels nog steeds niet op komen dagen en na een telefoontje blijkt dat hij zit te wachten wie de reis naar ons toe gaat betalen. Mark schiet uit zijn slof en belt de eigenaar van de garage in Bamako, dat de elektricien kan fluiten naar zijn geld omdat hij de oorzaak is van weer een oponthoudt! Ondertussen klussen de mannen vrolijk verder en de dames zorgen voor een heerlijk diner aan de kant van de weg incl. verse groente en servetten.
We hebben inmiddels ook een hoop bekijks gekregen: de school is uit en een grote groep schoolkinderen staat met (waarschijnlijk) verbazing te kijken naar ons, wat er allemaal uit de auto's kan komen en de maaltijd die wij met z'n allen op de grond zittend tegen de buitenmuur van de Auberge lekker op eten. Tegen de avond is het werk van de mannen ver gevorderd en is er een nieuw elektrisch circuit voor de ventilator gebouwd. Met een fransman wordt nog lang gediscussieerd over wattages en ampères en de te gebruiken diktes en sterktes van draden en zekeringen. Met behulp van zijn info en voorbeelden onder zijn motorkap, besluiten de heren dat hun werk goed is, maar morgen door dikker draad en grotere zekeringen verbeterd kan worden. We besluiten te gaan slapen in een kamer van de Auberge.
5 februari 2010 De volgende morgen gaan de heren met de Olifant (auto Gerrit en Jorina) en een boodschappenlijstje op zoek naar spullen in het vorige dorp. De dames blijven achter bij Maatje. De heren zoeken in alle stalletjes en vragen iedereen die er een beetje verstand van zou kunnen hebben, maar zekeringen en draad worden niet gevonden. Aan het eind van het dorp komen ze nog bij een auto-onderdelen winkel en deze verkoper zegt wel dik draad te hebben. Mark mag weer achterop de scooter en samen rijden ze naar een sloop. Daar wordt een complete draadboom van een auto gevonden, waarin een accukabel loopt. Omdat dit het enige is besluit Mark deze te nemen. Samen met de lokalen en een paar scheermesjes, wordt geduldig de draad uit de boom ontleedt en keren zij terug per scooter. De andere spullen heeft hij echter niet. De heren besluiten terug te rijden naar Bamako in de hoop in de hoofdstad meer spullen te kunnen vinden. In Bamako aangekomen, herhaalt zich het verhaal een beetje: de gevonden auto winkeltjes (lees: stalletjes) hebben niet de spullen die zij nodig hebben. Mark besluit de eigenaar van de garage te bellen en hem te vragen de spullen te leveren, maar deze is momenteel niet op de zaak. Dan besluit hij de eigenaar van de vorige camping om raad te vragen. Deze vraagt direct waar ze zijn en of we de weg weten naar zijn kantoor? Met behulp van omstanders (gewoon je telefoon aan hem geven en de eigenaar via hem laten uitleggen waar je bent!), hebben we de locatie kunnen vinden. De eigenaar van de camping geeft aan dat hij nu direct in zijn auto springt en op de afgesproken plek zal wachten. De heren rijden ook naar de afgesproken plek. Daar staat de eigenaar inderdaad te wachten en samen rijden ze naar zijn kantoor. Daar worden ze in alle hartelijkheid ontvangen en wordt het probleem en de oplossing uitgelegd. De eigenaar van de camping werkt bij een elektriciteitsbedrijf van Mali en belt direct hun monteur op met de mededeling dat hij voor de heren moet gaan zoeken naar de materialen. Met pen en papier wordt nogmaals uitgelegd en overlegd wat de bedoeling is en na goedkeuring van de monteur, springt hij op zijn scooter op zoek naar spullen. De dames wachten inmiddels geduldig bij Maatje en vermaken zich met hun stoelen langs de kant van de weg. Om de tijd te doden proberen ze nog wat servetten te verkopen, maar daar zagen de Malinezen geen brood in. De heren wachten in Bamako ook geduldig op de monteur. Gerrit ziet plots een shovel van een voor hem bekend Nederlands bedrijf door de straat rijden. Hij neemt een kijkje en wat blijkt: de bestuurder is een Nederlander, genaamd Arien die hier werkt. Ze worden direct uitgenodigd om bij hem te komen lunchen wat de heren direct aannemen. Met Arien op de scooter en de heren erachter aan, rijden ze de chiquere buurt van Bamako in (cite de Niger) en komen uiteindelijk bij een complex waar het bedrijf kantoor heeft en personeel woont. Met traditioneel de schoenen buiten de deur, worden de heren binnen gelaten en voorzien van een stevige lunch. De heren kletsen lekker bij over 'wat en hoe in Mali' en nemen afscheid.
Bij het elektriciteitsbedrijf aangekomen is de monteur net terug met de spullen en alles precies zoals ze gevraagd hadden. De heren waren opgetogen en keerden terug. In de namiddag en avond installeren de heren de draden en wordt met grote tevredenheid Maatje weer gestart. Omdat het werk nog niet helemaal af was en het inmiddels al wel donker was, werd besloten nog een nacht bij de Auberge te slapen (dit keer op de parkeerplaats) en morgen het werk af te maken en verder te rijden. De volgende dag het werk afgemaakt en op weg naar Diema. De reis verloopt verder zonder problemen en in de namiddag komen we aan bij village ventage van Pam (zie eerder in verslag). Ook treffen we daar Andy weer, de motorrijder uit Engeland. De begroeting is weer hartelijk en de avond wordt besteed aan het uitwisselen van ervaringen. De volgende ochtend vertrekken we vroeg richting Kayes en de grens op naar Senegal. De reis wordt alleen verstoord door een kapotte zekering die we vervangen. Bij de rivier midden in de stad maken we een lunchbreak. Bij het tankstation gooien we de auto's vol en kopen we bij een lokale auto-onderdelen winkel extra zekeringen. In de middag komen we aan bij de grens waar alle formaliteiten van het land uit en het volgende land in weer in de 'grote boeken' worden geschreven. We vragen nog naar de conditie van de weg in het noorden van Senegal, omdat we die graag willen rijden en rijden vlak voor schemering in een klein plaatsje genaamd Bakel bij een hotel aan de rivier de binnenplaats op. We zijn weer in Senegal.
Zie verder verslag Senegal deel 3
|
|
M&M |